Debatklimaat

Dat het warmer wordt, staat buiten kijf. En dan bedoel ik vooral het heetgebakerde debatklimaat van het klimaatdebat. Politici, bedrijven, belangenorganisaties en burgers buitelen over elkaar heen in verhitte discussies. Die spitsen zich vooral toe op de vraag wie de rekening moet betalen voor een duurzame toekomst. Volgens mij en volgens Albron is dat de centrale vraag niet.

Dat deze tijd om duurzame daden vraagt is duidelijk. Ik ben trots op de vijftienduizend scholieren op het Malieveld: ze hebben groot gelijk. Juist die nieuwe generatie maakt zich terecht zorgen over hoe ze de aarde van ons erft. Dat scholieren om duurzame maatregelen schreeuwen is dus niet gek. Maar ze willen vast niet alleen een schonere wereld. Ze willen straks ook een leuke baan en wat te besteden. Ze willen ongetwijfeld dat de jeugdwerkloosheid zo historisch laag blijft als nu. Oplossingen moeten dus ons ecosysteem én onze economie helpen. De vraag is daarom niet wie welke rekening betaalt, maar hoe we samen de dingen slimmer kunnen doen voor hetzelfde geld.

Planeet en portemonnee
De tijd die opgaat aan bakkeleien over wie de rekening krijgt, kunnen we beter besteden aan innovatie. Aan samen het lef hebben om oude manieren van denken en werken op de schop te nemen en er betere voor in de plaats te zetten. Daar hebben politici, bedrijven, belangenorganisaties en burgers elkaar hard voor nodig. Die nieuwe manieren moeten wel haalbaar zijn. Vaak ontstaan te ambitieuze plannen met doelen die dertig jaar verder liggen. Zulke plannen roepen dan om de haverklap weer nieuwe discussies op, omdat ze worden ingehaald door de werkelijkheid of daar niet in passen. Of omdat ze van bepaalde groepen een te grote bijdrage vragen. De beste nieuwe oplossingen zijn vriendelijk voor onze planeet én vriendelijk voor ieders portemonnee.

Voor vijftig euro naar Spanje
Het klimaatdebat gaat iedereen aan. Van de minister-president tot de scholier. Ieder van ons zal zich in de spiegel moeten afvragen wat zijn rol is. De minister-president of hij goed genoeg luistert naar de nieuwe generatie en een scholier of voor vijftig euro op en neer naar Spanje vliegen een goed idee is. Laat ik me beperken tot mijn rol bij Albron. Met elke dag honderdduizenden gasten en maaltijden voel ik een grote verantwoordelijkheid om het goede te doen. Het goede is voor mij eten en drinken voorschotelen dat lekker, gezond, duurzaam en betaalbaar is. De optimale balans tussen die vier vinden is een dagelijkse zoektocht. Daarbij proberen we vooral nieuwe manieren van samenwerken uit. We verruilen bijvoorbeeld de klassieke relatie tussen Albron en leveranciers voor intensieve samenwerking in de keten om eten en drinken duurzamer te maken. En gezonder. En lekkerder. Voor dezelfde prijs.

Doen in de praktijk
Ik denk aan ons circulaire restaurant The Green House, ons vegetarische personeelsrestaurant, Kipster en de koffiedrab als voedingsbodem voor oesterzwammen. Een mooi extern voorbeeld in de keten is Planet Proof-melk. Dat is melk die mooi scoort op verschillende duurzame thema’s: beter voor het klimaat door energiebesparing en minder CO2-uitstoot, beter voor de natuur door aandacht voor biodiversiteit en beter voor het dierenwelzijn door meer uren in de wei en ligbedden in de stallen. Door nauw op te trekken met de zuivelsector haalt Albron de ambitie om dit jaar al onze gasten alleen nog maar Planet Proof-melk aan te bieden. Voor een reële prijs. En zo zijn we op allerlei terreinen bezig om onze gastvrijheid groener te maken. Niet met de portemonnees op tafel, maar met een leeg vel en een hoofd vol innovatieve plannen. Dat lijkt mij het beste debatklimaat.

Teun Verheij
Algemeen directeur Albron

 

Albron. Kom verder.
Een warm welkom en een stap vooruit in de wereld van onze klanten: dat is de ambitie van Albron. Directeur Teun Verheij deelt elke twee maanden in een blog zijn visie op zo’n stap vooruit.

Meer blog artikelen